Vertaling van pousser à

Inhoud:

Frans
Nederlands
pousser {ww.}
duwen
douwen
dringen
stoten
pousser {ww.}
aanduwen 
inciter, pousser à {ww.}
opwekken
aanvuren
aansporen 
aanwakkeren
zwepen
amener à, faire avancer, pourchasser, poursuivre, pousser {ww.}
opjagen
drijven
aandrijven 
voortdrijven

Gerelateerd aan pousser à

pousser - inciter - amener à - faire avancer - pourchasser - poursuivre