Vertaling van pouvoir

Inhoud:

Frans
Nederlands
pouvoir {ww.}
kunnen
J'aimerais bien pouvoir aller au Japon.
Ik zou graag naar Japan kunnen gaan.
Nous allons gager la maison de manière à pouvoir emprunter quelque argent.
We gaan het huis als onderpand gebruiken zodat we wat geld kunnen lenen.

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

J'aimerais pouvoir acheter la guitare.

Ik wou dat ik die gitaar kon kopen.

J'espère pouvoir joindre les deux bouts.

Ik hoop dat het me lukt de eindjes aan elkaar te knopen.

Marie croit au pouvoir de l'amour.

Mary gelooft in de kracht van de liefde.

Je voudrais pouvoir remonter dans le temps.

Ik wou dat ik terug in de tijd kon gaan.

J'aimerais bien pouvoir aller au Japon.

Ik zou graag naar Japan kunnen gaan.

Le roi abusa de son pouvoir.

De koning maakte misbruik van zijn macht.

Je suis désolé de ne pas pouvoir te rencontrer ce soir.

Het spijt me dat ik je vanavond niet kan ontmoeten.

Nous allons gager la maison de manière à pouvoir emprunter quelque argent.

We gaan het huis als onderpand gebruiken zodat we wat geld kunnen lenen.

Il n'y a qu'un coin de l'univers que vous pouvez être certain de pouvoir améliorer, et c'est vous-même.

Er is slechts één plaatsje in het heelal dat je zeker kan verbeteren en dat is jezelf.

J'aimerais pouvoir m'inquiéter plus pour mes notes mais il semblerait qu'à un certain moment de ma vie, j'ai décidé que cela n'était finalement pas si important.

Ik zou willen dat mijn cijfers me meer konden schelen, maar het lijkt erop dat ik op een gegeven moment in mijn leven besloten heb dat die niet zo belangrijk meer zouden zijn.