Vertaling van presser

Inhoud:

Frans
Nederlands
presser, être urgent {ww.}
urgent zijn
tot haast aanzetten
haasten
jachten
dringen
presser, serrer, serrer plus fort, tasser {ww.}
aandrukken 
insister, presser {ww.}
aandringen 
appuyer en écrasant, presser, serrer {ww.}
pressen
persen
drukken 
knellen
dringen
accélerer, hâter, presser, précipiter, forcer, faire progresser, favoriser, encourager {ww.}
bevorderen
aanmoedigen
versnellen
verhaasten
bespoedigen
accelereren
bijdragen
stimuleren