Vertaling van question

Inhoud:

Frans
Nederlands
question [v] (la ~) {zn.}
vraag [v]
kwestie [v]
C'est une bonne question.
Goeie vraag.
J'ai une question.
Ik heb een vraag.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

J'ai une question.

Ik heb een vraag.

Répondez à la question.

Antwoord op de vraag.

La question la voici.

De vraag is dit.

Une bonne question.

Een goede vraag.

C'est une bonne question.

Goeie vraag.

Cette question n'est pas simple.

Deze vraag is niet makkelijk.

Il m'a posé une question.

Hij stelde me een vraag.

Cette question n'est pas simple.

Deze vraag is niet makkelijk.

Puis-je vous poser une question ?

Mag ik je iets vragen?

Je dois te poser une question idiote.

Ik moet je een domme vraag stellen.

Il reste encore une question que nous devons discuter.

Er is nog een vraag die we moeten bespreken.

M'auriez-vous posé cette question si j'avais été un homme ?

Zoudt ge mij deze vraag gesteld hebben als ik een man was?

Votre question ne se réfère pas au sujet.

Je vraagt heeft niks met het onderwerp te maken.

Quel genre de question est-ce là ? Espérez-vous vraiment que je réponde à ça ?

Wat voor een vraag is dat? Verwacht je echt dat ik daar antwoord op geef?