Vertaling van surveiller

Inhoud:

Frans
Nederlands
surveiller {ww.}
passen op
oppassen
letten op
opletten
acht slaan op
surveiller, vérifier {ww.}
toezien
surveilleren
nakijken
controleren
checken
aflezen
surveiller {ww.}
toezicht houden
gouverner, régner, surveiller {ww.}
aansturen
regeren 
de scepter zwaaien
heersen
besturen 


Gerelateerd aan surveiller

vérifier - gouverner - régner