Vertaling van théâtre

Inhoud:

Frans
Nederlands
théâtre [m] (le ~) {zn.}
theater  [o]
toneelwezen [o]
toneel [o]
schouwburg [m]
Voulez-vous aller au théâtre ce soir ?
Zoudt ge vanavond naar het theater willen gaan?
Voulez-vous aller au cinéma ou au théâtre ?
Willen jullie naar de film of naar het theater?

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Voulez-vous aller au théâtre ce soir ?

Zoudt ge vanavond naar het theater willen gaan?

Voulez-vous aller au cinéma ou au théâtre ?

Willen jullie naar de film of naar het theater?