Vertaling van triomphe

Inhoud:

Frans
Nederlands
triomphe [m] (le ~) {zn.}
zege
zegepraal
triomf
triompher {ww.}
zich verhovaardigen
trots zijn


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

À vaincre sans péril, on triomphe sans gloire.

Wie niet waagt, wie niet wint.

À vaincre sans péril, on triomphe sans gloire.

Wie niet waagt, wie niet wint.


Gerelateerd aan triomphe

triompher