Vertaling van voisinage

Inhoud:

Frans
Nederlands
voisinage [m] (le ~) {zn.}
nabijheid [v]


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Il a déménagé dans le voisinage.

Hij kwam in mijn buurt wonen.

La nuit dernière, il y a eu un incendie dans le voisinage.

Vorige nacht was er een grote brand in de buurt.

La piscine est utilisée en commun par tous les enfants du voisinage.

Het zwembad wordt gemeenschappelijk gebruikt door alle kinderen in de buurt.