Vertaling van éclair

Inhoud:

Frans
Nederlands
foudre [v] (la ~), éclair [m] (le ~) {zn.}
hemelvuur [o]
bliksem  [m]
clair, limpide, net {bn.}
duidelijk 
helder 
klaar 
uitgesproken
zuiver
clair, lumineux {bn.}
helder 
licht 
lichtend
clair {bn.}
hel 
helder 
klaar 
licht 


Gerelateerd aan éclair

foudre - clair - limpide - net - lumineux