Vertaling van étranger

Inhoud:

Frans
Nederlands
étranger {bn.}
buitenlands
onwennig
vreemd 
étranger [m] (le ~) {zn.}
buitenlander [m]
Je suis un étranger.
Ik ben een buitenlander.


Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

Je suis un étranger.

Ik ben een buitenlander.

Je suis un étranger, ici.

Ik ben een vreemdeling hier.

Un étranger m'a parlé dans le bus.

Een vreemde sprak mij aan op de bus.