Vertaling van ... fa
... terug
Voorbeelden in zinsverband
Fa una grande differenza.
Het maakt al het verschil.
Fa terribilmente freddo oggi.
Het is verschrikkelijk koud vandaag.
Fa freddo oggi.
Vandaag is het koud.
Fa un po' freddo.
Het is een beetje koud.
Dove ti fa male?
Waar doet het pijn?
La fede fa miracoli!
Geloof doet wonderen!
Non fa male.
Het doet geen pijn.
Fa un po' freddo oggi.
Het is een beetje koud vandaag.
Cinque più tre fa otto.
Vijf plus drie is acht.
Fa troppo caldo per me.
Het is te warm voor mij.
Fa abbastanza caldo per nuotare.
Het is warm genoeg om te zwemmen.
Lui fa una cattiva impressione.
Hij maakt een slechte indruk.
Un anno fa eravamo qui.
We waren hier een jaar geleden.
Fa molto caldo oggi, vero?
Het is vandaag erg warm, toch?
Fa davvero caldo qui d'estate.
Het is hier erg warm in de zomer.