Vertaling van camminare

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
camminare {ww.}
marcheren
lopen 
camminare {ww.}
varen 
karren
rijden
gaan 
andare, camminare {ww.}
gaan 
lopen 
zich begeven
verlopen
van stapel lopen
Devo andare a dormire.
Ik moet gaan slapen.
Posso andare a casa?
Mag ik naar huis gaan?


Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Mi piace camminare da solo.

Ik ga graag alleen te voet.

Ho dovuto camminare perché non c'erano taxi.

Ik moest lopen, omdat er geen taxi's waren.


Gerelateerd aan camminare

andare