Vertaling van cibo

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
alimento, cibo {zn.}
voedsel 
voer 
voedingsmiddel
voeder
kost
voeding [v]
Si abituerà presto al cibo giapponese.
Je zal binnenkort gewend zijn aan Japans voedsel.


Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Le piace il cibo speziato?

Hou je van heet eten?

Ti piace il cibo indonesiano?

Hou je van Indonesisch eten?

Non avevano molto cibo da mangiare.

Ze hadden niet veel om te eten.

Si abituerà presto al cibo giapponese.

Je zal binnenkort gewend zijn aan Japans voedsel.

Il cibo giapponese ti mancherà negli Stati Uniti.

Je zal Japans eten in de Verenigde Staten missen.


Gerelateerd aan cibo

alimento