Vertaling van dare

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
dare {ww.}
geven 
verlenen
toekennen
toebrengen
opbrengen
aangeven 
Io voglio dare alla mamma una pianta.
Ik wil een plant aan mama geven.


Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Io voglio dare alla mamma una pianta.

Ik wil een plant aan mama geven.

Tom ha qualche spiegazione da dare.

Tom moet dingen uitleggen.

Non dare attenzione a quello che dice tuo padre.

Schenk geen aandacht aan wat je vader zegt.