Vertaling van fiori

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
fiori {zn.}
bloemen
Raccolse fiori.
Zij plukte bloemen.
Ti interessano i fiori?
Interesseren bloemen u?
fiorire {ww.}
floreren
bloeien 


Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Raccolse fiori.

Zij plukte bloemen.

Ti interessano i fiori?

Interesseren bloemen u?

Mi occuperò dei fiori.

Ik zal voor de bloemen zorgen.

Perché hai comprato dei fiori?

Waarom heb je bloemen gekocht?

Felici sono coloro che amano i fiori.

Blij zijn zij die van bloemen houden.

Lei vuole sapere chi le ha mandato i fiori.

Ze wil weten wie de bloemen stuurde.

Lei è curiosa di scoprire chi le ha inviato i fiori.

Ze is nieuwsgierig naar wie de bloemen stuurde.


Gerelateerd aan fiori

fiorire