Vertaling van indirizzo

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
indirizzo {zn.}
adres  [o] (het ~)
Annota il suo indirizzo.
Schrijf zijn adres op.
Lui cambiò il suo indirizzo.
Hij heeft zijn adres gewijzigd.
indirizzare {ww.}
adresseren 

io indirizzo

ik adresseer
» meer vervoegingen van adresseren


Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Annota il suo indirizzo.

Schrijf zijn adres op.

Lui cambiò il suo indirizzo.

Hij heeft zijn adres gewijzigd.

Gli diedi il mio indirizzo.

Ik gaf hem mijn adres.


Gerelateerd aan indirizzo

indirizzare