Vertaling van io

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
io {pers. vnw.}
'k
ik 
io
ik
zelf

Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Pagherò io.

Ik betaal.

Perché io?

Waarom ik?

Sono io.

Ik ben het.

Io mi chiamo Ludwig.

Mijn naam is Ludwig.

Io non ho tempo.

Ik heb geen tijd.

Io sono nella casa.

Ik ben in het huis.

Io non posso immaginarlo.

Ik kan het me niet voorstellen.

Io vorrei noleggiare un'automobile.

Ik zou graag een auto willen huren.

Io voglio un'amica.

Ik wil een vriend.

Io ero in montagna.

Ik was in de bergen.

Io amo i film.

Ik houd van films.

Io vengo da Shikoku.

Ik ben van Shikoku.

Io ho un camion.

Ik heb een vrachtwagen.

Io devo sbrigarmi!

Ik heb haast!

Io sono Antonio.

Ik ben Antonio.