Vertaling van luogo

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
luogo {zn.}
oord
plaats  [v]
plek 
lokaal 
luogo {zn.}
zetel [m]
ruimte
oord
plaats  [v]
lokaliteit [v]

Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

La cerimonia avrà luogo domani.

De ceremonie zal morgen plaatsvinden.

Per andare a (luogo, città)?

Hoe kom ik (daar, in die stad)?