Vertaling van parola

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
parola [v] {zn.}
woord  [o]
bewoording  [v]
Cosa significa questa parola?
Wat betekent dit woord?
Non ha detto una parola.
Hij zei geen woord.

Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Cosa significa questa parola?

Wat betekent dit woord?

Dovrebbe cercare quella parola.

Je moet dat woord eens opzoeken.

Vogliamo traduzioni naturali, non traduzioni dirette parola per parola.

We willen natuurlijk klinkende vertalingen, geen woord-voor-woordvertalingen.

Questa parola viene dal greco.

Dit woord komt uit het Grieks.

Come si pronuncia questa parola?

Hoe spreekt men dit woord uit?

Non ha detto una parola.

Hij zei geen woord.

Lei non mi disse neppure una parola.

Ze zei geen woord tegen me.

Io mantengo sempre la mia parola.

Ik hou altijd mijn woord.

La mia parola preferita in tedesco è la parola per "guanto".

Mijn favoriet woord in het Duits is het woord voor 'handschoen'.

La parola è d'argento ma il silenzio è d'oro.

Spreken is zilver, zwijgen is goud.

Da quel che so, non c'è nessuna parola del genere.

Voor zover ik weet bestaat zo'n woord niet.

Lui non sa dire una parola di francese, però in compenso parla l'inglese come un nativo.

Hij kan geen woord Frans, maar hij kan wel Engels praten alsof het zijn moedertaal is.

Cosa vuol dire quella parola in inglese?

Wat betekent dat woord in het Engels?