Vertaling van paura

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
paura {zn.}
vrees
beduchtheid [v]
timore, paura {zn.}
vreesachtigheid [v]
beschroomdheid [v]
schuwheid [v]
bangheid [v]
angoscia, paura, timore {zn.}
angst [m]

Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Aveva paura del cane.

Ze was bang voor de hond.

Ho paura dei terremoti.

Ik ben bang voor aardbevingen.

Io non ho paura.

Ik ben niet bang.

Ha paura di sbagliarsi.

Hij is bang fouten te maken.

Io non ho paura.

Ik ben niet bang.

Ho paura di cadere.

Ik ben bang om te vallen.

Non abbiate paura.

Wees niet bang.

I gatti sono paura dell'acqua.

De katten zijn bang voor water.

Non hanno paura della morte.

Ze zijn niet bang van de dood.

Non abbiamo paura della morte.

We zijn niet bang voor de dood.

Ha molta paura dei cani.

Hij is erg bang van honden.

Io ho paura delle tenebre.

Ik ben bang voor het donker.

Lei ha paura dei tuoni.

Ze is bang voor onweer.

Ha paura di commettere errori.

Hij is bang fouten te maken.

Non ha paura di niente.

Ze is nergens bang voor.


Gerelateerd aan paura

timore - angoscia