Vertaling van pescare

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
pescare {ww.}
vissen
Gli piace pescare.
Hij houdt van vissen.
Lei ama pescare.
Zij houdt erg van vissen.

Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Lei ama pescare.

Zij houdt erg van vissen.

Gli piace pescare.

Hij houdt van vissen.

Ieri sono andato a pescare al fiume.

Ik ben gisteren in de rivier gaan vissen.

Noi andiamo a pescare una volta ogni tanto.

We gaan van tijd tot tijd vissen.