Vertaling van prima

Inhoud:

Italiaans
Nederlands
dapprima, in primo luogo, prima {bw.}
eerst 
allereerst
ten eerste
vooreerst
prima, innanzi
voor
prima
eerste
prima
voor
prima, precedentemente
eerst
eerder
voorheen
vroeger
voordien
voordat
vooraf
daarstraks
daarnet
primo, prima
eerst
eerste

Voorbeelden in zinsverband

Italiaans
Nederlands

Prima la Francia, poi l'Iraq.

Eerst Frankrijk, dan Irak.

Prima lo fai meglio è.

Hoe sneller je het doet, hoe beter het is.

Vieni qui prima delle sette.

Kom voor zeven uur naar hier.

Devo radermi prima di partire.

Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.

C'è vita prima della morte?

Bestaat er leven voor de dood?

Si lavi le mani, prima di mangiare.

Was je handen voor het eten.

È stato amore a prima vista.

Het was liefde op het eerste gezicht.

Lei fece lo stesso errore di prima.

Ze maakte dezelfde fout als voorheen.

Mi lavo le mani prima di pranzare.

Ik was mijn handen voor de lunch.

Isabela era la mia prima morosa.

Isabela was mijn eerste vriendin.

Devo restituire il libro prima di sabato.

Ik moet de boeken voor zaterdag terugbrengen.

Se ne pentirà prima o poi.

Vroeg of laat zal hij er spijt van krijgen.

Io ho visto il film prima.

Ik heb de film al eens gezien.

Guardo spesso la TV prima di cena.

Ik kijk vaak TV voor het avondeten.

È morto pochi giorni prima del suo centesimo compleanno.

Hij stierf enkele dagen voor zijn honderdste verjaardag.


Gerelateerd aan prima

dapprima - in primo luogo - innanzi - precedentemente - primo