Vertaling van homo

Inhoud:

Latijn
Nederlands
homo {zn.}
mens  [m]
menselijk wezen
Ecce homo
Zie de mens
Homo homini lupus (est)
De mens (is) voor de mens een wolf

Voorbeelden in zinsverband

Latijn
Nederlands

Ecce homo

Zie de mens

Homo homini lupus (est)

De mens (is) voor de mens een wolf

Homo proponit, Deus disponit

De mens wikt, God beschikt

Homo fugit velut umbra

De mens is vluchtig als een schaduw

Beatus homo qui invenit sapientiam

Gelukkig is de mens die wijsheid vindt/gevonden heeft

Homo sapiens non urinat in ventum

Een wijs man plast niet tegen de wind in

Homo sum, humani nihil a me alienum puto

Ik ben een mens, niets menselijks is mij vreemd" (Terentius, Heauton Timorumenos, 25 (77)). Als citaat gebruikt door Cicero in De Officiis I, 9, 30 en door Seneca in Epistula 95, 53. Alienum ("vreemd" of "buiten-") werd oorspronkelijk gebruikt in de betekenis van "irrelevant

Memento, homo, quia pulvis es et in pulvem reverteris

Bedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren