Vertaling van locus


Latijn
Nederlands
locus {zn.}
plaats  [v]
ruimte
oord
lokaliteit [v]
zetel [m]
Hic locus est ubi mors gaudet succurrere vitae
Hier is de plaats waar de dood blij is het leven te helpen
locus {zn.}
plaats  [v]
lokaal 
plek 
oord