Vertaling van via

Inhoud:

Latijn
Nederlands
via {zn.}
toer
reis 
tocht
trip
via, vicus {zn.}
straat  [v]
via {zn.}
weg  [m]
baan  [v]
route [v]
Longa via est
De weg is lang
Calcanda semel via leti
De weg des doods moet eenmaal betreden worden
via {zn.}
manier
trant
wijze 
via {zn.}
methode [v]
canalis, via {zn.}
vaart
gracht
kanaal  [o]
wijk 

Voorbeelden in zinsverband

Latijn
Nederlands

Longa via est

De weg is lang

Calcanda semel via leti

De weg des doods moet eenmaal betreden worden

Nulla tenaci invia est via

Voor de aanhouder is geen weg onbegaanbaar

Ubi volentia est, via est

Waar een wil is, is een weg


Gerelateerd aan via

vicus - canalis