Vertaling van dood

Inhoud:

Nederlands
Deens
dood [m], overlijden [o], sterfgeval [o], verscheiden, heengaan {zn.}
død
De hond is dood.
Hunden er død.
afgestorven, dood, overleden, ter ziele {bn.}
død
doden, doodmaken, ombrengen {ww.}
dræbe


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Deens

De hond is dood.

Hunden er død.

Hij werd ter dood veroordeeld.

Han blev dømt til døden.

Hij werd ter dood veroordeeld.

Han blev dømt til døden.

Zijn beide grootvaders zijn dood.

Begge hans bedstefædre er døde.

Ik zal tot de dood vechten.

Jeg vil kæmpe til døden.