Vertaling van verblijf

Inhoud:

Nederlands
Deens
oponthoud [o], verblijf {zn.}
ophold [o]
blijven, overblijven, resten, resteren, toeven, verblijven {ww.}
blive
forblive
Ik moest de hele dag in bed blijven.
Jeg måtte blive i sengen hele dagen.
Hoe lang moet ik nog in het ziekenhuis blijven?
Hvor længe skal jeg endnu blive på sygehuset?


Gerelateerd aan verblijf

oponthoud - blijven - overblijven - resten - resteren - toeven - verblijven