Vertaling van beginnen

Inhoud:

Nederlands
Duits
aanbinden, aanvangen, beginnen {ww.}
anfangen
beginnen
anbrechen

wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen

wir fangen an
ihr fangt an
sie fangen an
» meer vervoegingen van anfangen

Ge moet onmiddellijk beginnen.
Du musst sofort anfangen.
Laten we beginnen.
Lasst uns anfangen!
aanbreken, aanvangen, beginnen, ingaan {ww.}
anfangen
beginnen

wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen

wir fangen an
ihr fangt an
sie fangen an
» meer vervoegingen van anfangen

Laten we beginnen.
Lasst uns anfangen!
Het experiment moet beginnen.
Das Experiment muss beginnen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Ge moet onmiddellijk beginnen.

Du musst sofort anfangen.

Laten we beginnen.

Lasst uns anfangen!

We beginnen dadelijk met het werk.

Wir werden bald mit der Arbeit anfangen.

De lessen beginnen elke dag om negen uur.

Der Unterricht beginnt jeden Tag um neun Uhr.


Gerelateerd aan beginnen

aanbinden - aanvangen - aanbreken - ingaan