Vertaling van gehoor

Inhoud:

Nederlands
Duits
gehoor [o] {zn.}
Gehörsinn [m] (der ~)
gehoor [o] {zn.}
Hören
Vernehmen
Gehör [o] (das ~)
gehoor [o] {zn.}
Hören
Vernehmen
Gehör [o] (das ~)
gehoor [o] {zn.}
Gehör [o] (das ~)
auditorium [o], gehoor [o], hoorders, toehoorders {zn.}
Zuhörerschaft [v] (die ~)


Gerelateerd aan gehoor

auditorium - hoorders - toehoorders