Vertaling van huilen
Inhoud:
Nederlands
Duits
huilen, traanogen, tranen {ww.}
tränen
wij huilen
jullie huilen
zij huilen
wir tränen
ihr tränt
sie tränen
» meer vervoegingen van tränen
Droog je tranen.
Wisch dir deine Tränen ab.
Haar ogen vulden zich met tranen.
Seine Augen füllten sich mit Tränen.
huilen, krijten, schreien, wenen {ww.}
weinen
wij huilen
jullie huilen
zij huilen
wir weinen
ihr weint
sie weinen
» meer vervoegingen van weinen
Waarom zijn ze aan het huilen?
Warum weinen sie?
Hij begon te huilen.
Er fing zu weinen an.
brullen, huilen {ww.}
heulen
wij huilen
jullie huilen
zij huilen
wir heulen
ihr heult
sie heulen
» meer vervoegingen van heulen
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Duits
Tom was aan het huilen.
Tom flennte.
Niemand kan het boek lezen zonder te huilen.
Man kann dieses Buch nicht lesen, ohne weinen zu müssen.
Alleen gelaten begon het kleine meisje te huilen.
Als sie alleingelassen wurde, begann das kleine Mädchen zu weinen.