Vertaling van meneer

Inhoud:

Nederlands
Duits
heer [m], heerschap [o], meneer [o], mijnheer [o] {zn.}
Herr [m] (der ~)
Meneer Long en meneer Smith praatten met elkaar.
Herr Long und Herr Smith sprachen miteinander.
Mijnheer Suzuki heeft drie dochters.
Herr Suzuki hat drei Töchter.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Meneer Jordan werd plots wakker.

Herr Jordan wachte plötzlich auf.

Hallo, is meneer Freeman er?

Hallo! Ist Herr Freeman da?

Meneer Green is leraar geschiedenis.

Herr Green ist Geschichtslehrer.

Meneer Smith is een goede leraar.

Herr Smith ist ein guter Lehrer.

Laat me je voorstellen aan meneer Brown.

Erlauben Sie, dass ich Sie Herrn Brown vorstelle.

Meneer White is ongeveer van mijn leeftijd.

Herr White hat ungefähr mein Alter.

Meneer Suzuki is een goede wetenschapper.

Herr Suzuki ist ein guter Wissenschaftler.

Meneer White is een verstandige mens.

Herr White ist ein vernünftiger Mensch.

Meneer Gorbatsjov, haal deze muur neer!

Herr Gorbatschow, reißen Sie diese Mauer nieder!

Meneer Brown heeft altijd een boek bij zich.

Herr Braun trägt immer ein Buch mit sich herum.

Hij staat op goede voet met meneer Brown.

Er kommt gut mit Herrn Braun aus.

Ik wist niet dat meneer Williams in de Vietnamoorlog gevochten had.

Ich wusste nicht, dass Herr Williams im Vietnam-Krieg gekämpft hatte.

Eh, meneer... Wat op het bord staat, is geen exponentiële functie, maar een goniometrische...

Äh, mein Herr! Was an der Tafel steht ist keine Exponentialfunktion, sondern eine trigonometrische ...


Gerelateerd aan meneer

heer - heerschap - mijnheer