Vertaling van naaien

Inhoud:

Nederlands
Duits
naaien, neuken, ketsen, batsen {ww.}
vögeln
ficken
bumsen
stechen
stoßen
nageln
rammeln
pimpern
knallen
poppen
bügeln
ficken

wij naaien
jullie naaien
zij naaien

wir nageln
ihr nagelt
sie nageln
» meer vervoegingen van nageln

naaien {ww.}
nähen
heften

wij naaien
jullie naaien
zij naaien

wir heften
ihr heftet
sie heften
» meer vervoegingen van heften

Ze kan heel goed naaien.
Sie kann ziemlich gut nähen.
copuleren, naaien, neuken, vozen, wippen {ww.}
Sex haben [o]

Gerelateerd aan naaien

neuken - ketsen - batsen - copuleren - vozen - wippen