Vertaling van opsturen
Inhoud:
Nederlands
Duits
doen toekomen, sturen, opsturen, zenden, opzenden, verzenden {ww.}
schicken
einsenden
senden
einsenden
senden
ik zal opsturen
jij zult opsturen
hij/zij/het zal opsturen
ich werde schicken
du wirst schicken
er/sie/es wird schicken
» meer vervoegingen van schicken
Ik wil graag dit pakketje naar Canada sturen.
Ich möchte dieses Päckchen gern nach Kanada schicken.