Vertaling van slapen

Inhoud:

Nederlands
Duits
maffen, slapen, pitten {ww.}
schlafen

wij slapen
jullie slapen
zij slapen

wir schlafen
ihr schlaft
sie schlafen
» meer vervoegingen van schlafen

Ga slapen.
Gehen Sie schlafen!
Ik moet gaan slapen.
Ich muss schlafen gehen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Ik moet gaan slapen.

Ich muss schlafen gehen.

Ik wil slapen.

Ich möchte schlafen.

Ik probeer te slapen.

Ich versuche zu schlafen.

Vandaag moeten we buiten slapen.

Heute müssen wir draußen schlafen.

Ik kon de hele nacht niet slapen.

Ich konnte die ganze Nacht nicht schlafen.

Ik heb niet goed kunnen slapen gisterennacht, dus voel me niet zo goed.

Ich konnte letzte Nacht nicht gut schlafen, darum fühle ich mich nicht so gut.

"Slapen vrienden met hun vrienden en vermoorden ze daarna?" vroeg Dima terug.

"Schlafen Freunde mit Freunden und ermorden sie dann?", fragte Dima zurück.


Gerelateerd aan slapen

maffen - pitten