Vertaling van snoer

Inhoud:

Nederlands
Duits
hengelsnoer [o], vislijn [v], sim, snoer [o], vissnoer [o] {zn.}
Angelschnur [v] (die ~)
koord [o], lijn [v], snoer [o], touw [o], koorde {zn.}
Seil [o] (das ~)
Strick [m] (der ~)
Strang [m] (der ~)
Schnur [v] (die ~)
Leine [v] (die ~)
Hij liet het touw los.
Er ließ das Seil los.
Ik liet het touw los.
Ich ließ das Seil los.


Gerelateerd aan snoer

hengelsnoer - vislijn - sim - vissnoer - koord - lijn - touw - koorde