Vertaling van vakantie

Inhoud:

Nederlands
Duits
vakantie [v], vrije tijd, verlof {zn.}
Ferien
vakantie [v] {zn.}
Ferien


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Toen ze op vakantie waren zorgden hun buren voor de hond.

Während sie im Urlaub waren, haben sich ihre Nachbarn um den Hund gekümmert.

Toen ze op vakantie waren zorgden hun buren voor de hond.

Während sie im Urlaub waren, haben sich ihre Nachbarn um den Hund gekümmert.


Gerelateerd aan vakantie

vrije tijd - verlof