Vertaling van verschillen

Inhoud:

Nederlands
Duits
verschillen {ww.}
wechseln
abwechseln
variieren
schwanken
verschieden sein

wij verschillen
jullie verschillen
zij verschillen

wir wechseln
ihr wechselt
sie wechseln
» meer vervoegingen van wechseln

schelen, uiteenlopen, verschillen {ww.}
differieren
sich unterscheiden
abweichen

wij verschillen
jullie verschillen
zij verschillen

wir differieren
ihr differiert
sie differieren
» meer vervoegingen van differieren

onderscheid [v], verschil (mv. verschillen) {zn.}
Unterschied [m] (der ~)
Verschiedenheit [v] (die ~)
Differenz [v] (die ~)
Ken jij het verschil tussen een microscoop en een telescoop?
Kennst du den Unterschied von Mikroskop und Teleskop?
Er is een duidelijk verschil tussen deze twee.
Zwischen den beiden gibt es einen enormen Unterschied.
afwijking [v], verschil (mv. verschillen) {zn.}
Fehler [m] (der ~)
Abweichung [v] (die ~)
Annäherungsfehler


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Smaken verschillen.

Die Geschmäcker sind verschieden.

Uniformen verschillen van school tot school.

Die Uniformen sind je nach Schule unterschiedlich.


Gerelateerd aan verschillen

schelen - uiteenlopen - onderscheid - verschil - afwijking