Vertaling van Judas

Inhoud:

Nederlands
Engels
Judas {eigenn.}
Judas
verrader [m] (de ~), judas, versliegeraar {zn.}
two-timer
traitor
double-crosser
double-dealer
betrayer
jennen, judassen, koeioneren, nijdassen, negeren, pesten {ww.}
to tease
to pester
to beleaguer
to bug
to badger

ik judas

I tease
» meer vervoegingen van to tease



Gerelateerd aan Judas

verrader - judas - versliegeraar - jennen - judassen - koeioneren - nijdassen - negeren - pestenpersoon - plagen