Vertaling van aan het ... zijn

Inhoud:

Nederlands
Engels
zich bezighouden met ..., aan het ... zijn
busy oneself
aanbakken, aanzetten {ww.}
to fur 

zij zijn aangebakken
hij/zij/het zal aangebakken zijn
zij zult aangebakken zijn

they have furred
he/she/it will have furred
they will have furred
» meer vervoegingen van to fur

aanbelanden, aanlanden, terechtkomen {ww.}
to end up
aankoeken, aanbakken, vastbakken {ww.}
to coat
to cake

zij zijn aangebakken
hij/zij/het zal aangebakken zijn
zij zult aangebakken zijn

they have coated
he/she/it will have coated
they will have coated
» meer vervoegingen van to coat

aanbelanden, belanden, aanlanden, terechtkomen {ww.}
to wind up
to land up
to finish up
to finish
to fetch up
to end up

wij zijn aanbeland
jullie zijn aanbeland
zij zijn aanbeland

we have finished
you have finished
they have finished
» meer vervoegingen van to finish



Gerelateerd aan aan het ... zijn

zich bezighouden met ... - aanbakken - aanzetten - aanbelanden - aanlanden - terechtkomen - aankoeken - vastbakken - belandenaanbranden - arriveren