Vertaling van afbreuk

Inhoud:

Nederlands
Engels
afbreuk [v], schade [v], nadeel {zn.}
damage 
shenanigan
loss 
injury 
hurt 
disadvantage 
detriment 
harm 
De storm veroorzaakte veel schade.
The storm caused a lot of damage.
Het zal schade aanrichten aan de oogst.
It will damage the crops.

Gerelateerd aan afbreuk

schade - nadeel