Vertaling van afspraak
Inhoud:
Nederlands
Engels
Ik heb een afspraak met de dokter.
I have an appointment with the doctor.
Tom heeft om half drie een afspraak bij de tandarts.
Tom has a dentist appointment at 2:30.
afspraak {zn.}
arrangement
agreement
agreement
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Engels
Ik heb een afspraak met de dokter.
I have an appointment with the doctor.
Tom heeft om half drie een afspraak bij de tandarts.
Tom has a dentist appointment at 2:30.
Michael, dit is het restaurant waar uw vader en ik onze eerste afspraak hadden.
Michael, this is the restaurant where your father and I had our first date.
Ik vroeg om een afspraak maar hij kon geen tijd voor me vrijmaken.
I asked for an appointment, but he wouldn't spare me the time.