Vertaling van bank
workbench
work bench
depository financial institution
banking concern
banking company
Voorbeelden in zinsverband
Waar is de bank?
Where is the bank?
Hij werkt bij een bank.
He works at the bank.
Waar is de dichtstbijzijnde bank?
Where is the nearest bench?
Waar is de dichtstbijzijnde bank?
Where is the nearest bank?
Laten we op de bank zitten.
Let's sit down on the bench.
De bank leende hem vijfhonderd dollar.
The bank loaned him 500 dollars.
Waarom heb je de bank rood geschilderd?
Why did you paint the bench red?
Ik zet elke maand tienduizend yen op de bank.
I put ten thousand yen into the bank every month.
Die twee daar op de bank waren Amerikanen.
The two men sitting on the bench were Americans.
Vier gewapende mannen overvielen de bank en zijn ontsnapt met vier miljoen dollar.
Four armed men held up the bank and escaped with $4 million.
Ik zag een jonge men liggen op de bank onder de kerselaar in het park.
I saw a young man lying on the bench under the cherry tree in the park.
Ze zouden een betere wisselkoers hebben gekregen als ze naar een bank zouden zijn gegaan.
They would have gotten a better exchange rate if they had gone to a bank.
De bank verstrekt een jaarlijkse afrekening.
The bank provides an annual statement.