Vertaling van beginnen
wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen
we begin
you begin
they begin
» meer vervoegingen van to begin
to start
to start out
to set out
to set about
to get down
to get
to commence
wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen
we begin
you begin
they begin
» meer vervoegingen van to begin
wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen
we begin
you begin
they begin
» meer vervoegingen van to begin
to start
wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen
we begin
you begin
they begin
» meer vervoegingen van to begin
to start
to start out
to set out
to set about
to get down
to get
to commence
wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen
we begin
you begin
they begin
» meer vervoegingen van to begin
to start
to start out
to set out
to set about
to get down
to get
to commence
wij beginnen
jullie beginnen
zij beginnen
we begin
you begin
they begin
» meer vervoegingen van to begin
Voorbeelden in zinsverband
Waar beginnen wij?
Where do we start?
Ge moet onmiddellijk beginnen.
You must start immediately.
Laten we beginnen.
Let's begin!
De vredesonderhandelingen beginnen deze week.
The peace talks begin this week.
We beginnen dadelijk met het werk.
We'll begin work soon.
Mag ik nu beginnen met eten?
May I begin to eat?
Ik weet niet waar te beginnen.
I don't know where to start.
De lessen beginnen elke dag om negen uur.
Classes start at nine o'clock every day.
We zouden enkele basisregels moeten vaststellen voor we eraan beginnen.
We should lay down a few ground rules before we begin.
Als we hier stoppen, moeten we helemaal opnieuw van nul beginnen!
If we stop here, we'll be right back where we started!
Je zou echt eens moeten beginnen denken voor je jouw mond open doet, je zou op die manier veel misverstanden kunnen vermijden.
You really ought to think before you open your mouth, you'd avoid a lot of misunderstandings that way.