Vertaling van brassen

Inhoud:

Nederlands
Engels
brassen, schransen {ww.}
to stuff
to satiate
to scarf out
to overindulge
to pig out
to overeat
to overgorge
to gourmandize
to ingurgitate
to gormandise
to gormandize
to gorge
to glut
to engorge
to englut
to binge

wij brassen
jullie brassen
zij brassen

we overeat
you overeat
they overeat
» meer vervoegingen van to overeat

aan de rol zijn, brassen, boemelen, slempen, uitspatten, zwijnen {ww.}
to wallow
to revel

wij brassen
jullie brassen
zij brassen

we wallow
you wallow
they wallow
» meer vervoegingen van to wallow


Gerelateerd aan brassen

schransen - aan de rol zijn - boemelen - slempen - uitspatten - zwijnenschrokken