Vertaling van froisseren

Inhoud:

Nederlands
Engels
beledigen, affronteren, froisseren, insulteren, smaden {ww.}
to wound
to spite
to offend
to injure
to hurt
to bruise

wij froisseren
jullie froisseren
zij froisseren

we wound
you wound
they wound
» meer vervoegingen van to wound


Gerelateerd aan froisseren

beledigen - affronteren - insulteren - smadenbejegenen