Vertaling van gewoontjes

Inhoud:

Nederlands
Engels
afgezaagd, alledaags, banaal, gewoontjes, nietszeggend, plat {bn.}
commonplace
trite 
banal
bland
hackneyed
workaday
corny
alledaags, door-de-weeks, doordeweeks, gewoontjes, gewoon {bn.}
everyday
mundane
quotidian
routine
unremarkable
workaday

Gerelateerd aan gewoontjes

afgezaagd - alledaags - banaal - nietszeggend - plat - door-de-weeks - doordeweeks - gewoonduf