Vertaling van hout

Inhoud:

Nederlands
Engels
hout [o] {zn.}
wood
timber 
Hout brandt.
Wood burns.
Termieten eten hout.
Termites eat wood.
hout {zn.}
wood
woodwind
woodwind instrument
Dom als een blok hout.
Dumb as a block of wood.
Ik maakte een bureau van hout.
I made a desk of wood.
hout [o] (het ~) {zn.}
wood
De bureau is gemaakt uit hout.
The desk is made of wood.
houthakken {ww.}
to log

ik hak hout
jij hakt hout
hij/zij/het hakt hout

I log
you log
he/she/it logs
» meer vervoegingen van to log


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hout brandt.

Wood burns.

Termieten eten hout.

Termites eat wood.

Dom als een blok hout.

Dumb as a block of wood.

De bureau is gemaakt uit hout.

The desk is made of wood.

Ik maakte een bureau van hout.

I made a desk of wood.

Tom verbrandt zowel hout als kolen in zijn kachel.

Tom burns both wood and coal in his stove.

Ze probeerden hout te verzamelen in het bos.

They tried to collect wood from the forest.


Gerelateerd aan hout

houthakkenblaasinstrument - materie - noest - knoest - spaander