Vertaling van instrueren

Inhoud:

Nederlands
Engels
instrueren {ww.}
to brief 
to instruct 

wij instrueren
jullie instrueren
zij instrueren

we brief
you brief
they brief
» meer vervoegingen van to brief

bijbrengen, instrueren, leren, scholen {ww.}
to teach 
to instruct 

wij instrueren
jullie instrueren
zij instrueren

we teach
you teach
they teach
» meer vervoegingen van to teach

Ik kan je leren vechten.
I can teach you how to fight.
Kun je me leren vliegen?
Can you teach me how to fly?
instrueren {ww.}
to instruct

wij instrueren
jullie instrueren
zij instrueren

we instruct
you instruct
they instruct
» meer vervoegingen van to instruct

instrueren {ww.}
to set up
to set
to ready
to prepare
to gear up
to fix

wij instrueren
jullie instrueren
zij instrueren

we set
you set
they set
» meer vervoegingen van to set


Gerelateerd aan instrueren

bijbrengen - leren - scholenbijbrengen - voorbereiden