Vertaling van kalender

Inhoud:

Nederlands
Engels
kalender {zn.}
calendar 
Ze hing de kalender aan de muur.
She hung the calendar on the wall.
kalender [m] (de ~), calendarium, heiligenkalender {zn.}
calendar
kalender [m] (de ~) {zn.}
calendar
tijdrekening [v] (de ~), era, jaartelling [v] (de ~), kalender [m] (de ~) {zn.}
calendar


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ze hing de kalender aan de muur.

She hung the calendar on the wall.

De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, aap, haan, hond en varken, en ook de legendarische draak; ze worden als kalender gebruikt.

The twelve animals of the Chinese zodiac come from eleven kinds of animals originating in nature, namely the rat, ox, tiger, rabbit, horse, snake, monkey, rooster, dog and pig, as well as the legendary form of the dragon, and are used as a calendar.


Gerelateerd aan kalender

calendarium - heiligenkalender - tijdrekening - era - jaartellinglijst