Vertaling van keutel

Inhoud:

Nederlands
Engels
keutel [m] (de ~) {zn.}
turd
shite
shit
poop
dirt
crap
drek [m], ontlasting [v], drol, keutel, stront, uitwerpselen, vijg, excrementen, faecaliën, faeces, poep {zn.}
poop
stools
muck
droppings
turd
faeces
excrements
shit 
excrement
dung 
dreumes [m] (de ~), dreutel [m] (de ~), hummel [m] (de ~), kabouter, keutel, kruimel, krummel, puk [m] (de ~), ukkepuk, wurm [m] (het ~) {zn.}
yearling
toddler
tot
bambino
poepen, beren, bouten, kakken, keutelen, ontlasten, schijten, uitpoepen, uitschijten, drukken, uitkakken, afgaan {ww.}
to take a shit
to stool
to take a crap
to shit
to make
to defecate
to crap
to ca-ca

ik keutel

I shit
» meer vervoegingen van to shit

bazelen, keutelen, dazen, ijlen, leuteren, lullen, o.h.-en, ohaën, ouwehoeren, raaskallen, razen, wauwelen, zwammen, zwetsen, kletsen, fantaseren {ww.}
to twaddle
to tattle
to tittle-tattle
to prate
to prattle
to palaver
to piffle
to gibber
to maunder
to gabble
to clack
to chatter
to blabber
to blab

ik keutel

I twaddle
» meer vervoegingen van to twaddle


Gerelateerd aan keutel

drek - ontlasting - drol - stront - uitwerpselen - vijg - excrementen - faecaliën - faeces - poep - dreumes - dreutel - hummel - kabouter - kruimelhoop - peuter - afvoeren